Voor de broers Andy en Francky Vanparys, Hoofd van Business Development en de CEO van SCE, gaat hun levenswerk over veel meer dan het bouwen van vierkante silo’s overal ter wereld. ‘Vandaag gaat te veel voedsel verloren door slechte opslag. We betalen daar een hoge tol voor, en die rekening wordt steeds zwaarder.’

Iedereen heeft vandaag de mond vol over duurzaamheid. Wat betekent dat voor jullie?

Andy Vanparys: “Volgens de voorspellingen zullen we in 2050 met 9 miljard mensen zijn op deze planeet. Dat is een grote uitdaging voor ons allemaal. Niet alleen voor ons persoonlijk, maar ook voor een bedrijf zoals dat van ons, voor de hele voedingsindustrie. Vandaag gaat enorm veel voedsel verloren. Die verspilling heeft een heel grote impact, ook op het klimaat. We moeten dat samen oplossen.”

Francky Vanparys: “Onze planeet wordt niet groter, maar wij zijn straks wel met veel meer. Dat betekent dat we alles zullen moeten doen op minder oppervlakte. Dat is de uitdaging. Als we voedsel produceren, dan hebben we daar ruimte voor nodig. Als we vervolgens dat voedsel laten verloren gaan, hebben we ruimte en energie verspild.”

Andy: “Als we geen oplossingen vinden om op een meer efficiënte manier te voorzien in ons voedsel, dan hebben we gewoon een groot probleem. Zo eenvoudig is het. Tien jaar hebben we nog. Meer niet. Tien jaar om voedselverspilling tegen te gaan en zo onze voedselketen onder controle te krijgen.”

 

Hoe kan SCE hier een verschil maken?

A: “We verspillen vandaag één derde van het geproduceerde voedsel. En dat gebeurt in elk van de verschillende fases van de voedselketen. Wij met SCE zijn actief in een klein onderdeel van die voedselketen: opslag en transport. Maar die fase is wel cruciaal. Er gaat zestien procent verloren vlak na de oogst door slechte opslag: door ongedierte, vocht, bacteriën… Wij bouwen veilige, hygiënische opslag: vochtvrij, in de hoogte.”

F: “Veel voedsel gaat kapot omdat er resten blijven hangen op de plaats waar het is opgeslagen. Zo krijg je verrotting, en geraken de producten die er nadien in gaan ook besmet. Onze silo’s zijn zo gebouwd dat ze helemaal leeglopen. Niets blijft achter. Dat is extreem belangrijk. En we bouwen ook op een veel kleinere oppervlakte dan anderen. Wij bouwen vierkante silo’s. Zo sla je op dezelfde ruimte bijna 40 procent meer in vergelijking met ronde silo’s.”

 

Is innovatie ook in jullie sector het antwoord?

A: “Zeker. We hebben onze designs geoptimaliseerd door onderaan in de silo een vlindertrechter te ontwikkelen. We hebben een patent op die ontwikkeling en het zet een nieuwe wereldwijde standaard. Die vlindertrechter zorgt ervoor dat de hele massa uitstroomt, waardoor je een zelfreinigende silo krijgt en niets achterblijft. Het is de meest hygiënische omgeving die je kan creëren in een vierkante silo.”

F: “Zo combineren wij de voordelen van een ronde silo met die van vierkante. Het ziet er eenvoudig uit, maar is het niet. Onze silo’s hebben steeds een andere diameter, afhankelijk van wat de klant wil. De kennis van onze ingenieurs maakt hier het verschil om steeds de perfecte oplossing uit te tekenen.”

 

Wat zijn jullie plannen voor de toekomst?

F: “We hebben altijd plannen. Innovatie is een onderdeel geworden van ons DNA. Maar wat we nu vooral plannen, is overal ter wereld mensen kennis te laten maken met onze vierkante silo oplossingen.”

A: “SCE is gegroeid vanuit België, richting de buurlanden en vervolgens zijn we onze klanten overal ter wereld gevolgd. Dat is onze reis tot nu toe en zo hebben we overal ter wereld mooie referenties. Die willen we nu meer laten zien.”

 

Waar is vandaag de nood het hoogst?

F: “Vooral in landen waar de bevolkingstoename het grootst is. Groeilanden. In Afrika en Azië is er nog heel veel werk. We zien daar dingen die wij ons hier misschien moeilijk kunnen voorstellen. Een tijd geleden was ik nog in Thailand. Ik bezocht er een bedrijf dat rijst verwerkt. Een echt groot bedrijf. De oogst werd er opgeslagen in grote juten zakken in een loods. De zaakvoerder vertelde dat grote stukken van de oogst verloren gingen doordat er muizen en ratten aan het voedsel konden. Het dak lekte ook, waardoor de rijst nat werd en gewoon rotte. We hebben daar onze silo’s gebouwd en meteen waren alle problemen opgelost. De rijst is kwalitatief even goed na opslag als ervoor en dat op een derde van de oppervlakte die ze voordien nodig hadden.”

A: “Wij bieden efficiënte oplossingen voor groeilanden, die lokaal een grote impact hebben. In Afrika hebben we zo met de bouw van meelfabrieken hele regio’s kunnen vooruithelpen. Vroeger importeerden ze er meel en tarwe, omdat ze het zelf niet konden opslaan en verwerken. Met onze oplossingen kan er vandaag wel lokaal voedsel worden geproduceerd en veilig opgeslagen. Dat zorgt niet alleen voor beter en meer voedsel, maar ook voor jobs. Zowel tijdens de bouw als nadien, eens de fabriek draait.”

“In Angola hebben we een infrastructuur opgetrokken, waar honderd lokale mensen aan hebben meegebouwd. Wij leveren de bouwblokken, en die worden onder supervisie van onze lokale toezichter in elkaar gestoken, zoals Meccano. Nu de fabriek er staat, creëert dit heel veel jobs in de regio: meer dan vijftig mensen werken er in de fabriek, maar ook daarnaast maakt het een enorm verschil omdat er nu voedsel kan worden geproduceerd én verwerkt. Bovendien zorgt dit er ook nog eens voor dat de voedselprijzen er zakken omdat het voedsel lokaal wordt geproduceerd waar het vroeger werd geïmporteerd. Meer en veiliger voedsel, meer jobs, lagere voedselprijzen, minder transport en dus minder uitstoot…: daar hebben onze silo’s voor gezorgd in Angola.”

 

Gaan we achteruit of vooruit wat opslag van voedsel betreft?

F: “We gaan zeker vooruit. Maar in sommige landen is de ‘mindset’ nog anders. We moeten verspilling voorkomen, en dat vraagt een andere manier van denken.”

A: “Om de omslag te maken naar kwalitatieve opslag, moet er worden geïnvesteerd in infrastructuur. Daar is kennis voor nodig en dat ontbreekt vaak. Daar proberen wij een rol in te spelen. En daarnaast moet er natuurlijk geïnvesteerd worden. Die wil moet er ook zijn.”

 

En is die er?

F: “Absoluut, zeker bij grote bedrijven. Maar er is nog heel veel potentieel bij de kleinere, lokale bedrijfjes. Daar gaat het nog veel te vaak gewoon mis.”

A: “Wij hebben ook voor hen oplossingen in huis. Dat is net het voordeel van ons modulair meccano-systeem. We kunnen een infrastructuur bouwen voor een miljoen ton, maar evengoed voor twintig ton. We bouwen zo groot of zo klein als nodig is. En het is ook makkelijk om een kleine infrastructuur later uit te breiden naar een grotere. De oplossing voor de toekomst is uiteindelijk een combinatie van vele kleine en daarnaast de grote, afhankelijk van de regio. Hoe sneller voedsel na de oogst kwalitatief wordt opgeslagen, hoe minder er zal verloren gaan. Hoe dichter we bij de plek van oogst komen, hoe beter.”

F: “De lokale autoriteiten in groeilanden zijn ook in die mindset aan het geraken. Ze werken echt mee.”

A: “Lokale overheden schrijven meer en meer tenders uit, bijvoorbeeld voor de bouw van infrastructuur om de rijstoogst lokaal gecentraliseerd op te slaan. Ook in olieproducerende landen zie je een echte shift. Zij moeten op zoek naar nieuwe industrieën. En de eerste industrie waar ze naar kijken, is die van de voeding. We zien dat daar veel interesse is in onze vierkante silo’s.”

 

De Verenigde Naties hebben verschillende programma’s om voedselverspilling tegen te gaan. Willen jullie daar ook een rol in spelen?

A: “Ja, daar denken we inderdaad aan. We willen de industrie samenbrengen, omdat we ervan overtuigd zijn dat we dit grote probleem alleen maar samen kunnen oplossen. Daarnaast stappen we ook mee in specifieke projecten. De vraag is daar om heel snel oplossingen te voorzien voor de voedselcrisis die er heerst, met financiële steun van de Verenigde Naties.”

“Kijk, we willen met SCE ons deel doen om van de wereld een betere plek te maken om te leven. En dat kunnen wij ook. Overal waar men bereid is om te denken aan de toekomst van onze kinderen, kunnen wij een rol spelen. Hoe klein we dan misschien ook maar zijn.”

F: “Als we mensen kunnen helpen om op een andere manier te denken, hebben we al een verschil gemaakt, denk ik. We proberen dat ook. Door mensen samen te brengen en te praten over mogelijke oplossingen tijdens seminars. Het bewustzijn wordt elke dag groter. Iedereen praat erover. Vandaag gaat gewoon nog veel te veel voedsel verloren door slechte opslag. We betalen daar een zware rekening voor, en die rekening wordt steeds zwaarder. We moeten dat allemaal samen oplossen.”

 

Jullie zijn niet alleen actief in groeilanden, maar ook in het Westen. Daar zijn de uitdagingen heel anders.

F: “Zeker. De focus ligt in het Westen op het efficiënt gebruiken van de ruimte, en daarnaast op energie-efficiëntie.”

A: “Om voeding te produceren heb je machines nodig. Hoe kleiner en efficiënter je infrastructuur is, hoe minder energie je verspilt aan transport binnenin de fabriek. Daar maken wij echt wel het verschil. En ook tijdens de constructie. Hoe sneller je kan bouwen, hoe minder energie je verspilt. Ons systeem bouwt bijzonder snel, en dus ook daar maken wij een verschil. Niemand bouwt sneller dan wij.”

F: “Hoe sneller een infrastructuur in gebruik kan worden genomen, hoe meer geld en energie er wordt gewonnen.”

A: “Daarnaast is er in het Westen meer dan ooit aandacht voor reputatieschade. De Millennials zijn beter geschoold dan alle generaties die hen zijn voorgegaan, en dus ook veel kritischer. Slecht nieuws gaat snel vandaag. Hygiëne wordt dan ook belangrijker en belangrijker. Eén tweet over bedorven voedsel kan een bedrijf stevig schaden.”

F: “En we praten niet alleen over ons voedsel. Vroeger was er veel minder aandacht voor dierlijk voedsel, maar ook daar zijn de hygiëne-standaarden veel hoger vandaag. Ook voor voedsel van huisdieren. Het is  net zo belangrijk geworden als voor onze voeding.”

 

Besparen jullie zelf ook energie, hier in jullie fabriek?

F: “We streven daar elke dag naar. Zo hebben we recent onze eigen poederlakinstallatie in gebruik genomen. Vroeger werden de onderdelen naar onderaannemers gebracht, om die te spuiten. Dat doen we nu zelf. Ten eerste zorgt dat ervoor dat we onze volledige productie in eigen handen hebben, waardoor we onze kwaliteit ook honderd procent onder controle hebben. Maar daarnaast zorgt dat ervoor dat er geen transport meer nodig is tijdens de productie. Door die poederlakinstallatie in eigen huis te hebben, houden wij zelf jaarlijks 1800 vrachtwagens van de wegen. Bovendien verspillen we met ons eigen systeem ook geen verf meer, alle overschotten worden gerecupereerd en opnieuw gebruikt. En we vervuilen ook geen water.”

A: “Wij exporteren over de hele wereld. Dankzij ons modulair meccano-systeem besparen wij ook energie tijdens het transport. De onderdelen zijn zo gebouwd dat ze op een efficiënte manier kunnen worden gestapeld.”

Francky: “Als je silo’s in hun geheel bouwt, en vervolgens vervoert, transporteer je eigenlijk enorm veel lucht. Dat doen wij bewust niet.”

A: “We moeten veel reizen, maar we proberen dat wel zoveel mogelijk te vermijden. Als we kunnen, lossen we dat op met meetings via skype. Wij werken ook met lokale teams voor de installatie, onder onze supervisie. Zo moeten wij niet de hele tijd ploegen overal ter wereld rondsturen.”

 

Zijn jullie ook bezig met jullie persoonlijke voetafdruk?

F: “Ik probeer dat toch, ja. Ik rij met een hybride wagen, om maar iets te zeggen. En ik ga niet naar de winkel als ik honger heb, want dan koop ik te veel (lacht).”

A: “Ik eet mijn bord leeg. En mijn volgende auto, wordt een elektrische. Alleen nog met mijn vrouw overeenkomen welk model het wordt (lacht). Nee, serieus. Ik praat er soms wel over met mijn kinderen. Ik heb onlangs eens een interessante quote gehoord van de CEO van één van onze grote klanten. Hij zei ‘onze planeet is niet van ons, we lenen die alleen maar van onze kinderen’. Daar zit veel waarheid in.”